Uitspraak
19 2254 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als verzorgende, ontving vanaf december 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat zij belastbaar was met beperkingen, waarna de loonaanvullingsuitkering in januari 2018 werd beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan vastgesteld. Ook de informatie van een begeleidster werd niet als voldoende bewijs gezien.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met aanvullende medische informatie en dat de geselecteerde functies niet geschikt voor haar waren. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV juist en zorgvuldig was, dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel, en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.