ECLI:NL:CRVB:2020:2729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft in 2014 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden. Na een nieuwe aanvraag in 2017 en een daaropvolgend onderzoek concludeerde de verzekeringsarts dat er geen nieuwe medische feiten waren. Het UWV wees de aanvraag opnieuw af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit in 2018.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit evident onredelijk was omdat zij niet in staat was nieuwe medische informatie te verkrijgen en dat haar arbeidsongeschiktheid al vóór 2010 was ingetreden. Ook stelde zij dat het UWV ten onrechte geen contact had gelegd met haar huisarts en verzocht zij om een deskundige te benoemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 2014 rechtsgeldig is en dat appellante haar verzoek om terug te komen op dat besluit niet deugdelijk heeft onderbouwd met nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het UWV was daarom niet gehouden nader onderzoek te doen of contact te zoeken met de huisarts. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd niet gehonoreerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.