ECLI:NL:CRVB:2020:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraken over beëindiging Ziektewetuitkeringen na medisch oordeel UWV
Appellant heeft tegen drie verschillende besluiten van het UWV hoger beroep ingesteld nadat zijn Ziektewetuitkeringen werden beëindigd op grond van medisch onderzoek dat hem geschikt achtte voor bepaalde functies binnen de EZWb. De rechtbank heeft deze besluiten eerder bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep herhaalt appellant grotendeels zijn eerdere bezwaren, waaronder dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat het UWV onvoldoende informatie heeft ingewonnen bij zijn behandelaars. Hij overlegt aanvullende medische informatie van zijn mensendieck therapeut, revalidatiearts en i-psy.
De Raad toetst deze aanvullende informatie kritisch en concludeert dat deze onvoldoende aanknopingspunten biedt om het medisch oordeel van het UWV te betwijfelen. De medische situatie van appellant is volgens de Raad vergelijkbaar met eerdere beoordelingen, en de geselecteerde functies binnen de EZWb zijn passend geacht. Daarom worden de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd en de hoger beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraken en verklaart de hoger beroepen ongegrond.