ECLI:NL:CRVB:2020:2752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 35-80%
Appellante was werkzaam als verkoopster en viel uit met klachten aan het bewegingsapparaat en psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waarna bezwaar en beroep leidden tot een herziening van 35-80% arbeidsongeschiktheid en toekenning van een WGA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat niet alle klachten waren meegewogen en dat het rapport van de verzekeringsarts onzorgvuldig was, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad overwoog dat de rechtbank de gronden afdoende had gemotiveerd en dat er geen aanwijzingen waren dat medische informatie ontbrak. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen, mede omdat het Korošec-arrest niet verplicht tot benoeming indien voldoende medische informatie beschikbaar is. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.