ECLI:NL:CRVB:2020:2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald, hetgeen overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro ook geldt voor hoger beroep. De gemachtigde van appellante is per brief van 21 juni 2020 en aangetekende brief van 22 juli 2020 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,- en de uiterste betalingstermijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan zonder verder onderzoek worden beslist.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw op 10 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.