Appellante ontvangt sinds juni 2017 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verzocht haar gegevens aan te leveren en nodigde haar uit voor een trajectgesprek, waarop zij niet verscheen en de gevraagde stukken niet aanleverde. Het college schortte de bijstand op en legde een maatregel op, gevolgd door intrekking van de bijstand en terugvordering van te veel betaalde bedragen.
Het college stelde dat de uitnodigingsbrief en het opschortingsbesluit persoonlijk in de brievenbus van appellante waren gedeponeerd, maar kon dit niet aannemelijk maken. De verklaringen van handhavingsmedewerkers waren achteraf opgesteld en onvoldoende betrouwbaar. De enkele vermelding 'persoonlijk bezorgd' op de stukken was onvoldoende bewijs.
De Raad oordeelt dat appellante geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet verschijnen en niet aanleveren van gegevens. Het college had moeten afzien van het opleggen van een maatregel en was niet bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten worden vernietigd en het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante.