ECLI:NL:CRVB:2020:2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg in 2016 een terugvordering opgelegd wegens niet eerder verrekende inkomsten uit arbeid. Naar aanleiding van een IB-signaal in 2017 startte het college een onderzoek en herzag de bijstand over meerdere periodes, waarbij opnieuw terugvordering plaatsvond omdat appellante geen melding had gemaakt van haar inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet wist dat zij inkomsten moest melden vanwege taalproblemen en gebrek aan informatie van het college. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs had moeten weten dat zij haar inkomsten moest melden, mede vanwege eerdere terugvordering en de mogelijkheid om hulp te vragen bij de bijstandsconsulent.
De Raad concludeerde dat het college het beleid correct had toegepast door de inkomensvrijlating buiten toepassing te laten en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.