ECLI:NL:CRVB:2020:2772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens juiste arbeidskundige beoordeling belastbaarheid
Appellante was werkzaam als verzorgende IG en viel uit wegens lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe, maar herzag dit besluit na bezwaar en beroep en stelde dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, wat leidt tot intrekking van de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde functies passend waren, maar na nadere motivering van het UWV werd het beroep ongegrond verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat haar belastbaarheid op repetitieve hand- en vingerbewegingen wordt overschreden in de geselecteerde functies.
De Raad concludeert dat het UWV met gedegen rapporten heeft aangetoond dat de belastbaarheid niet wordt overschreden. De handelingen in de functies zijn niet repetitief in de zin van de beperkingen. Ook de nieuwe medische informatie van appellante leidt niet tot een ander oordeel.
Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en intrekking WGA-uitkering bevestigd.