ECLI:NL:CRVB:2020:2777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij WIA-uitspraak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant hoger beroep ingesteld in een WIA-zaak. De aangevallen uitspraak is op 20 februari 2020 aan partijen toegezonden, waarna de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg. Het beroepschrift van appellant werd echter pas op 7 april 2020 ontvangen en op 6 april 2020 ter post bezorgd, terwijl de uiterste dag voor tijdige indiening 2 april 2020 was.
Appellant gaf aan dat hij het beroepschrift tijdig had gepost met hulp van een GGZ-kliniek, maar kon de exacte wijze van verzending niet aantonen. Ook stelde hij dat hij vanwege het risico op coronabesmetting sinds eind maart niet thuis was geweest. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat appellant door de rechtbank was gewezen op de beroepstermijn en hij gedurende de termijn mogelijkheden had om het beroepschrift tijdig in te dienen.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.