Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:2780

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 november 2020
Publicatiedatum
11 november 2020
Zaaknummer
18/2444 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenvergoeding

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV betreffende een WIA-uitkering. Het UWV nam op 12 juni 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in op 22 juli 2020 en verzocht de Centrale Raad van Beroep om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege op grond van artikel 8:57 Awb Pro, omdat het hoger beroep was ingetrokken. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb veroordeeld kon worden tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken.

De proceskosten werden begroot op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep. Daarnaast werd een bedrag van €1.453,78 toegekend voor de kosten van medische informatie van een cardioloog. Vergoeding van het griffierecht werd uitgesloten en appellante werd verwezen naar het UWV.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal €3.028,78 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 11 november 2020.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.028,78 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 november 2020
18/2444 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
26 april 2018, 17/2877 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 12 juni 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 juli 2020 heeft [naam] namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 juni 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep en € 525,- in hoger beroep.
Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door appellante overgelegde medische informatie van F.C. Visser, cardioloog, komt voor toewijzing in aanmerking tot een bedrag van € 1.453,78.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.028,78.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2020.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) K.R. van Renswoude
GdJ