ECLI:NL:CRVB:2020:2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant ontving een Ziektewetuitkering die het UWV op 25 november 2015 beëindigde omdat hij volgens verzekeringsartsen belastbaar was voor bepaalde voorbeeldfuncties. Na ziekmelding in maart 2018 en een periode van arbeidsongeschiktheid kende het UWV hem opnieuw een ZW-uitkering toe per 20 maart 2018. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder een laatste op 27 november 2018, concludeerden verzekeringsartsen dat appellant voldoende belastbaar was en verklaarden hem per 28 november 2018 hersteld.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het medische onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn klachten waren toegenomen, inclusief schouder- en oogklachten. Hij overhandigde medische documenten ter ondersteuning. De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede omdat de verzekeringsarts appellant lichamelijk onderzocht had en de verzekeringsarts bezwaar en beroep een telefonische hoorzitting hield.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de nieuw ingebrachte medische informatie niet relevant was voor de datum van de beslissing. De Raad concludeerde dat appellant vanaf 28 november 2018 geen recht meer had op een ZW-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 28 november 2018 na zorgvuldig medisch onderzoek.