ECLI:NL:CRVB:2020:2803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- M.F. Wagner
- P.J. Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde banktegoeden van minderjarige kinderen
De Centrale Raad van Beroep heeft op 3 november 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel. Het college had de bijstand van appellante over de periode van 9 december 2011 tot 6 maart 2017 deels herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van bijschrijvingen en contante stortingen op bankrekeningen die op naam stonden van haar minderjarige kinderen.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante ongegrond verklaard. De Raad bevestigt deze uitspraak en volgt de vaste rechtspraak dat wanneer een bankrekening op naam staat van een inwonend, minderjarig kind, de betrokkene wordt vermoed redelijkerwijs over het tegoed te kunnen beschikken. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit niet het geval was.
Hoewel appellante mogelijk niet over bankpasjes beschikte, had zij als ouderlijk gezagvoerder het bewind over het vermogen van haar kinderen en het vruchtgenot daarvan. Hierdoor kon zij beschikken over de tegoeden. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.