ECLI:NL:CRVB:2020:2817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in hoger beroep UWV
Verzoeker stelde een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een hoger beroepsprocedure tegen een besluit van het UWV. Verzoeker betoogde dat de rechter zijn procespositie benadeelde door het late toestaan van een pleitnota, een onzorgvuldige behandeling en een vooringenomen houding ten gunste van het UWV.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen. De gang van zaken rondom de pleitnota was transparant en diende het gelijkheidsbeginsel. Kritische vragen van de rechter en de keuze voor mondelinge uitspraak zijn procedurele beslissingen die geen grond voor wraking vormen.
De Raad concludeerde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.