ECLI:NL:CRVB:2020:2824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als metaalbewerker, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en arbeidsdeskundig rapport vast dat appellant 36,14% arbeidsongeschikt is. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Rotterdam.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, met onvoldoende aandacht voor zijn oogklachten en psychische problemen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende medische informatie, waaronder rapporten van een psychiater en oogarts. Appellant bracht geen nieuwe medische stukken aan die het oordeel konden ondermijnen.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.