ECLI:NL:CRVB:2020:2825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urenbeperking en arbeidsongeschiktheid volgens Wet WIA
Appellant, voormalig online service manager, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 38,20% en kende de uitkering toe. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking nodig was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op basis van het dagverhaal en zijn werkzaamheden recht had op een urenbeperking en verzocht om een onafhankelijke deskundige vanwege financiële onmacht. De Raad oordeelde dat appellant voldoende medische informatie had ingediend om twijfel te zaaien, waardoor het beginsel van equality of arms niet was geschonden en het verzoek om een onafhankelijke deskundige niet nodig was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch beeld en het verzekeringsgeneeskundig protocol niet rechtvaardigen dat appellant een urenbeperking krijgt. De sociale en communicatieve beperkingen zijn meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst en de geduide functies. De Raad bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.