ECLI:NL:CRVB:2020:2827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering, maar het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad heeft het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze beslissing en gesteld dat zij het griffierecht wel tijdig heeft betaald en het hoger beroep tijdig heeft ingesteld.
Tijdens de zitting voor het verzet zijn partijen niet verschenen. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat zij niet in verzuim was met de betaling van het griffierecht. Daarnaast is in de financiële administratie van de Raad geen betaling aangetroffen en heeft appellante geen bewijsstukken overgelegd.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs van tijdige betaling van het griffierecht.