ECLI:NL:CRVB:2022:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A.H. van Dalen - van Bekkum
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening hoger beroep AOW niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Verzoekster diende een verzoek om herziening in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 november 2020. De Raad wees verzoekster erop dat een griffierecht van €136,- verschuldigd was, met een betalingstermijn van 28 dagen na ontvangst van de brief. Ondanks herinneringen en aanmaningen werd het griffierecht niet tijdig voldaan.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht is. Verzoekster kreeg de gelegenheid dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan. Op basis van deze feiten oordeelt de Raad dat verzoekster in verzuim is geweest.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen - van Bekkum op 6 september 2022.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.