ECLI:NL:CRVB:2020:2852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75a en 8:108) veroordeeld kon worden in de proceskosten. De kostenvergoeding omvatte de kosten van rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en een vergoeding voor het rapport van een verzekeringsarts.
De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 2.621,76. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 18 november 2020.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken en UWV veroordeeld tot betaling van € 2.621,76 aan proceskosten.