ECLI:NL:CRVB:2020:2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling college na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure herzag het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn standpunt en besloot alsnog de gemaakte kosten te vergoeden, waaronder ook de kosten van de voorlopige voorzieningenprocedure.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten. Het college maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift, waarna het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en gesloten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aan appellant is tegemoetgekomen door alsnog de kosten te vergoeden. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, voorlopige voorziening, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 2.625,-.
De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut en uitgesproken in het openbaar op 17 november 2020.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk is veroordeeld tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan appellant.