ECLI:NL:CRVB:2021:816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn standpunt herzien en is alsnog overgegaan tot vergoeding van de kosten die appellant had gemaakt. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling behandeld op basis van de stukken. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het college veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, voorlopige voorziening, beroep en hoger beroep.
De kostenvergoeding is begroot op in totaal € 2.625,- voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier P.A.M. Hulsdouw op 17 november 2020.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan appellant.