ECLI:NL:CRVB:2020:2911
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 16 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep werd ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelde vast dat de totale procedure vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 7 april 2015 tot de uitspraak op 18 november 2020 meer dan vijf jaar en zes maanden had geduurd, wat de redelijke termijn met meer dan anderhalf jaar overschreed.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van in totaal €3.650,49 en de Staat tot vergoeding van immateriële schade van €2.000,- wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €262,50 voor het verzoek om schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 18 november 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en de Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.