ECLI:NL:CRVB:2020:2985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WIA-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, die sinds 2012 ziek is gemeld wegens psychische klachten, ontving vanaf 2015 een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna haar uitkering werd beëindigd. Appellante verzocht daarop om terug te komen op dit besluit, maar dit verzoek werd door het UWV afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Na bezwaar en beroep werd dit besluit eveneens gehandhaafd. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheidstoestand was verslechterd, onderbouwd met medische rapporten en correspondentie van GGZ-instellingen. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat de aangevoerde informatie reeds in eerdere beoordelingen was betrokken of niet relevant was voor de periode in geding.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan terecht en zorgvuldig heeft gehandeld door het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gebleken. Ook was er geen sprake van toegenomen beperkingen die een herziening van de belastbaarheid rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het eerdere WIA-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.