Uitspraak
19.4248 WIA
20 augustus 2019, 18/8200 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2004 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na herbeoordeling in 2018 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop de WGA-loonaanvullingsuitkering werd beëindigd. Appellante voerde aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat haar beperkingen ernstiger zijn, mede door PTSS-klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij door financiële beperkingen niet adequaat kon reageren, wat een schending van het equality of arms-beginsel zou betekenen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de medische informatie van diverse psychologen en psychiaters betrokken en gemotiveerd dat deze geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.