Uitspraak
18.1255 ZW
14 februari 2018, 17/1799 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met klachten aan zijn rechterbeen en later met toegenomen klachten aan rug, been en hand. Het UWV wees zijn aanvraag voor een WIA-uitkering af omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt was voor functies als wikkelaar.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen door het Carpaal Tunnel Syndroom aan de linkerhand waren toegenomen na een operatie, waardoor hij niet geschikt zou zijn voor de WIA-functies. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant per 27 maart 2017 geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling en concludeerde dat appellant geen recht had op voortzetting van de Ziektewet-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 27 maart 2017 wordt bevestigd.