Uitspraak
20.1126 MPW
OVERWEGINGEN
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
26 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2180).
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, voormalig militair, vroeg herziening van een eerdere uitspraak waarin zijn aanvraag voor een reservistenpensioen was afgewezen wegens onvoldoende bewijs van deelname aan een oefening in 1987.
De Raad erkende dat de nieuwe verklaring van een betrokken brigade-generaal b.d. als nieuw feit kon worden aangemerkt, maar oordeelde dat deze verklaring onvoldoende overtuigend was. Dit omdat de verklaring niet uitsluitend uit eigen wetenschap kwam en eerdere stellige ontkenningen en verklaringen die in eerdere procedures waren beoordeeld, niet werden weerlegd.
De Raad concludeerde dat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten voor herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro en wees het verzoek af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de pensioenuitspraak wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijskracht van het nieuwe feit.