ECLI:NL:CRVB:2020:3011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De gemachtigde van appellant is bij brief van 6 augustus 2020 en bij aangetekende brief van 6 september 2020 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven.
Het griffierecht is echter niet binnen deze termijnen betaald. De Raad concludeert op basis van de beschikbare gegevens dat appellant in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt zonder inhoudelijke behandeling beslist.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en uitgesproken op 1 december 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.