ECLI:NL:CRVB:2020:3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekkingsbesluit AIO-aanvulling wegens onvoldoende nieuwe feiten
Appellante ontving samen met haar in 2018 overleden echtgenoot een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast een onvolledig AOW-pensioen. Na een onderzoek in 2016 naar verblijf en vermogen, waarbij zes onroerende zaken in Turkije werden vastgesteld, trok de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in 2017 de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde zij een bedrag van €45.191,98 terug.
Appellante en haar echtgenoot wendden aanvankelijk geen rechtsmiddelen aan tegen deze besluiten, maar verzochten in november 2017 om herziening. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het huisbezoek in 2016 niet op volledig informed consent was gebaseerd, dat haar echtgenoot dementie had en dat zij financieel niet rond konden komen. De Raad oordeelde echter dat deze gronden reeds in bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit ingebracht hadden kunnen worden en dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. Ook was het bestreden besluit niet evident onredelijk. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het intrekkingsbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.