Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 november 2018 in de zaak tussen
[eiseres](eiseres), te Rotterdam , tezamen te noemen: eisers,
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank waarbij de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) werd ingetrokken en een bedrag van €45.191,98 werd teruggevorderd over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2017. Dit volgde op een onderzoek naar vermogen in het buitenland, waarbij bleek dat eiseres en haar echtgenoot meerdere onroerende goederen in Turkije bezaten.
Na afwijzing van het herzieningsverzoek en het bezwaar hebben eisers beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. Eisers voerden onder meer aan dat tijdens het huisbezoek geen volledig informed consent was gegeven vanwege taalproblemen en de medische conditie van de echtgenoot. Tevens werd betwist of het huisbezoek en onderzoek terecht waren.
De rechtbank overwoog dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De diagnose vasculaire dementie na het huisbezoek was geen nieuw feit, omdat alzheimer reeds bekend was. Ook waren de bezwaren tegen de wijze van besluitvorming onvoldoende om het besluit onmiskenbaar onjuist te achten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt ongegrond verklaard.