ECLI:NL:CRVB:2020:3064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terug te komen op WIA-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, een magazijnmedewerker die sinds 2012 arbeidsongeschikt is, verzocht het UWV om terug te komen op eerdere besluiten waarin zijn recht op WIA-uitkering werd afgewezen. Het UWV stelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe medische rapporten geen aanleiding gaven voor herziening.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde aan dat nieuwe medische rapporten en neurologische bevindingen een verslechtering van zijn gezondheid aantonen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens artikel 4:6 Awb Pro alleen nieuwe feiten of omstandigheden na het eerdere besluit aanleiding geven tot herziening. De Raad concludeerde dat de nieuwe medische stukken vooral een andere zienswijze geven, maar geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld en dat het verzoek om een onafhankelijke deskundige niet nodig was. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van het UWV worden bevestigd.