ECLI:NL:CRVB:2020:3074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening AWBZ-uitspraak niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid
Verzoekers hebben bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 23 augustus 2017 betreffende het overgangsrecht van de AWBZ naar de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Zorgverzekeringswet. Zij stelden dat de Raad dit overgangsrecht niet correct had toegepast en overlegden stukken ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de stukken dateren van vóór de oorspronkelijke uitspraak en daarmee geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien is het verzoek om herziening meer dan een jaar na de oorspronkelijke uitspraak ingediend, wat volgens vaste jurisprudentie onredelijk laat is.
De Raad benadrukte dat de termijn van één jaar niet geldt voor herzieningsverzoeken betreffende bestuurlijke boetes, maar deze zaak betreft geen bestuurlijke boete. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens laattijdige indiening.