ECLI:NL:CRVB:2020:3092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening vervoer na volledig besteden pgb aan auto
Appellante ontving in 2015 een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor een scootmobiel, maar gebruikte dit budget voor de aanschaf van een tweedehands auto. Nadat de auto defect raakte, vroeg zij opnieuw een maatwerkvoorziening aan voor vervoer, die door het college werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, stellende dat de keuze om het pgb volledig aan de auto te besteden voor eigen risico is en het college niet verplicht is binnen de looptijd van het pgb opnieuw een voorziening te verstrekken.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de auto buiten haar schuld verloren ging en dat haar medische en sociale situatie verslechterd was, waardoor zij recht zou hebben op een nieuwe voorziening. Zij stelde dat het college geen belangenafweging had gemaakt en dat het onredelijk was haar zes jaar aan haar lot over te laten.
De Raad oordeelde dat de situatie niet was gewijzigd en dat de vervoersbehoefte hetzelfde bleef. Er was geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak waarin werd bepaald dat het risico van het volledig besteden van het pgb aan de auto voor rekening van appellante komt. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding eveneens. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor een nieuwe maatwerkvoorziening vervoer wordt bevestigd.