ECLI:NL:CRVB:2018:818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening vervoer na uitputting persoonsgebonden budget
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor de aanschaf van een scootmobiel, waarmee zij een tweedehands auto aanschafte. Toen deze auto het begaf binnen de looptijd van het pgb, vroeg zij een nieuwe maatwerkvoorziening voor vervoer aan. Het college wees deze aanvraag af omdat de looptijd van het pgb nog niet verstreken was en zij de risico's van de keuze voor een pgb had aanvaard.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij beriep zich op een uitzonderingsgrond in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015, die stelt dat een nieuwe voorziening kan worden verstrekt als de eerdere verloren is gegaan door omstandigheden buiten de schuld van de cliënt.
De Raad oordeelde dat appellante met de keuze voor een pgb de risico’s en kosten, waaronder het verloren gaan van het vervoermiddel, heeft aanvaard. De auto was binnen de looptijd van zes jaar vrijwel volledig betaald met het pgb, wat een gevolg is van haar keuze. De aangevoerde uitzonderingsgrond was onvoldoende onderbouwd, ook gezien de technische oorzaak van het defect en het betrouwbare merk van de auto.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een nieuwe maatwerkvoorziening vervoer binnen de looptijd van het pgb.