ECLI:NL:CRVB:2020:3103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was sinds 2011 arbeidsongeschikt met klachten aan rechterhand en pols en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 stelde een verzekeringsarts dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV beëindigde de uitkering per 1 april 2018 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling inconsistent was en haar beperkingen werden onderschat, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad concludeerde dat het rapport van de orthopedisch chirurg niet tegenstrijdig was en dat de aanvullende beperkingen in bezwaar voldoende waren meegenomen. Er was geen aanleiding te twijfelen aan de geschiktheid van appellante voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 april 2018 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.