ECLI:NL:CRVB:2020:3117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag AOW wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellant heeft op 29 mei 2015 een AOW-pensioen aangevraagd, dat op 20 juni 2016 werd afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. Appellant verzocht meerdere malen om terug te komen van dit besluit met nieuwe werkgeversverklaringen, maar deze verzoeken werden afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bestuursorgaan zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd dat er geen reden was het besluit te herzien. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De aangevoerde werkgeversverklaring betrof gegevens van een ander persoon en er waren geen nieuwe stukken die het besluit konden wijzigen.
De Raad benadrukte de gewijzigde rechtspraak omtrent toetsing van herhaalde aanvragen en stelde vast dat het bestuursorgaan terecht het verzoek afwees. Er was geen sprake van een evident onredelijk besluit en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag AOW wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.