ECLI:NL:CRVB:2020:3173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WIA-uitkeringsbesluit wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich in 2009 ziek met locomotore en psychische klachten en vroeg in 2011 een WIA-uitkering aan, die werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Latere verzoeken tot toekenning op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid werden eveneens afgewezen door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellante dat er sprake was van nieuwe medische feiten en toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de wachttijd, onder meer door knieklachten en psychische stoornissen zoals borderline en PTSS. Zij verzocht ook om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van het besluit rechtvaardigden. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep toonden geen achteruitgang of toegenomen beperkingen aan binnen de relevante periode. De diagnose borderline was onvoldoende onderbouwd.
Ook het verzoek om toepassing van een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid werd afgewezen, evenals het verzoek om een deskundige te benoemen. De Raad vond het bestreden besluit niet evident onredelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 21 maart 2011 wordt bevestigd.