ECLI:NL:CRVB:2020:3179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 juli 2020 volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Na de intrekking van het hoger beroep door appellante heeft zij verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV in de proceskosten moet worden veroordeeld. De proceskosten zijn begroot op € 2.362,50 voor het beroep en € 1.575,- voor het hoger beroep. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 16 december 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.937,50 aan proceskosten aan appellante.