ECLI:NL:CRVB:2020:3180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenvergoeding
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 31 juli 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding daarvan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven op grond van artikel 8:57 Awb Pro, omdat het hoger beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan. De Raad beoordeelde vervolgens de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op € 525,- voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht kon appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van deze proceskosten en sprak de uitspraak uit op 16 december 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 525,- aan proceskosten wegens intrekking van het hoger beroep na gewijzigde beslissing.