ECLI:NL:CRVB:2020:3192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV. Het UWV nam op 6 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht toe en oordeelde dat het UWV terecht veroordeeld kon worden in de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast werden kosten voor het rapport van een verzekeringsarts tot een bedrag van €2.413,95 vergoed. Verzoeken tot vergoeding van eigen bijdragen, kopieerkosten en griffierecht werden afgewezen of verwezen naar het UWV.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV in de kosten van appellant tot een totaalbedrag van €3.988,95. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 16 december 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.988,95 aan proceskosten aan appellant.