ECLI:NL:CRVB:2020:3223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing IVA-uitkering bij WIA-aanvraag
Appellante, laatstelijk werkzaam als apothekersassistente, meldde zich ziek met fibromyalgie en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,34% vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante tekende bezwaar aan tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek als zorgvuldig beoordeelde en het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige afwees.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat een IVA-uitkering op haar plaats zou zijn en dat het psychiatrisch aspect onvoldoende was onderzocht. Zij diende aanvullende medische stukken in en verzocht opnieuw om benoeming van een psychiater. Het UWV handhaafde het besluit en bracht een aanvullend rapport in. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en dat geen aanleiding bestond tot het laten verrichten van een psychiatrische expertise.
De Raad stelde vast dat de door de bedrijfsarts aangenomen volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid niet betekent dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren adequaat gemotiveerd en er was geen reden om een urenbeperking toe te kennen op preventieve of energetische gronden. De aanvullende medische stukken boden geen nieuwe inzichten die aanleiding gaven tot herziening van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot vaststelling van 43,34% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.