ECLI:NL:CRVB:2020:3226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende verhoging IVA-uitkering wegens geen bijzonder geval
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn IVA-uitkering slechts met ingang van 14 juli 2016 te verhogen naar 100% van het WIA-maandloon, terwijl hij meent dat deze verhoging terugwerkende kracht tot 1 oktober 2015 zou moeten hebben. Het UWV had aanvankelijk de uitkering vastgesteld op 75% van het WIA-maandloon per 1 oktober 2015 en verhoogde deze later op aanvraag van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat volgens vaste jurisprudentie het begrip 'bijzonder geval' restrictief moet worden uitgelegd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot verhoging en dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd, waardoor sprake zou zijn van een bijzonder geval.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een bijzonder geval alleen aan de orde is indien een verzekerde redelijkerwijs niet kan worden geacht in verzuim te zijn geweest met betrekking tot een verlate aanvraag. Dit is in dit dossier niet aannemelijk gemaakt. Ook het ontbreken van actieve informatieverstrekking door het UWV leidt niet tot een bijzonder geval. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot terugwerkende verhoging van de IVA-uitkering wordt bevestigd.