ECLI:NL:CRVB:2020:3243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting Ziektewetuitkering wegens gebrek aan procesbelang
Appellant ontving sinds januari 2017 een Ziektewetuitkering die door het UWV op 1 november 2017 werd opgeschort wegens het niet aanleveren van een medische machtiging. Het bezwaar tegen deze opschorting werd ongegrond verklaard. Vervolgens beëindigde het UWV de uitkering definitief per 1 november 2017, waartegen appellant geen beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de opschortingsbesluiten niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang, aangezien het recht op uitkering definitief was beëindigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nooit weigerde mee te werken en dat zijn weigering tot inzage in het medisch dossier ten onrechte als niet meewerken werd gezien.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbreekt omdat het beroep geen effect kan sorteren op de reeds beëindigde uitkering. Ook het principiële belang van appellant bij beantwoording van privacyvragen vormt geen procesbelang. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de Ziektewetuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.