Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren heeft de bijstand van appellante over de periode van 10 november 2015 tot en met 21 augustus 2016 ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd wegens het niet melden dat zij niet op het uitkeringsadres woonde. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel op het uitkeringsadres woonde met haar zoontje en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar haar hoofdverblijf. Zij stelde dat het extreem lage waterverbruik te verklaren was door bijzondere omstandigheden zoals huidproblemen, wassen met mineraalwater, weinig koken en het doen van de was elders.
De Raad oordeelde dat het extreem lage waterverbruik van 3 m³ in ruim een jaar de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde. Haar stellingen waren onvoldoende om dit te weerleggen. Daarnaast ondersteunden verklaringen van buurtbewoners dat appellante vrijwel niet op het adres aanwezig was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.