ECLI:NL:CRVB:2020:328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid woonadres en financiële situatie
Appellant heeft op 25 januari 2016 bijstand aangevraagd en opgegeven te wonen op een koopwoningadres. Na onderzoek door de afdeling Bijzonder Onderzoek, waaronder huisbezoek en buurtonderzoek, concludeerde het college dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde. Het college wees de aanvraag af en vorderde terugbetaling van voorschotten.
Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank oordeelde dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om het standpunt van het college te ondersteunen. Er waren weinig persoonlijke spullen aangetroffen, tegenstrijdige verklaringen over sleutels en verblijf, en onvoldoende inzicht in de financiële situatie. De rechtbank handhaafde de terugvordering.
Appellant stelde hoger beroep in, maar kon geen nieuwe aannemelijke verklaringen geven. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het college. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woont en zijn financiële situatie onvoldoende inzichtelijk is.