ECLI:NL:CRVB:2020:3284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro geldt dit ook voor hoger beroep.
Appellante is bij brief van 6 augustus 2020 en nogmaals bij aangetekende brief van 6 september 2020 gewezen op de verplichting het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijn te betalen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.