ECLI:NL:CRVB:2020:3287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid als installatiemonteur
Appellant was werkzaam als installatiemonteur en meldde zich ziek nadat zijn dienstverband was geëindigd. Het UWV stelde op basis van medische beoordelingen vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en verklaarde het recht op ziekengeld te zijn vervallen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen rekening hadden gehouden met de klachten van appellant. Appellant voerde in hoger beroep gelijke gronden aan, waaronder onvoldoende onderzoek naar de arbeidsbelasting en onderschatting van zijn beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen nieuwe medische informatie was ingediend die aanleiding gaf tot twijfel aan de geschiktheid van appellant. Gezien de vastgestelde fysieke belastbaarheid en het ontbreken van nieuwe feiten werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.