ECLI:NL:CRVB:2020:3290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- M.F. Wagner
- P.J. Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant 1 ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde vast dat hij samen met appellant 2 een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Dit werd onderzocht via huisbezoeken, observaties, verhoren en dossieronderzoek.
De Raad concludeerde dat appellant 2 zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, ondanks inschrijving op een ander adres, op basis van frequente aanwezigheid, banktransacties en verklaringen van buurtbewoners en betrokkenen. Daarnaast was er sprake van wederzijdse zorg, waarbij appellant 1 zorg verleende aan appellant 2, onder meer door het kosteloos ter beschikking stellen van de woning.
Hierdoor was appellant 1 niet gerechtigd tot bijstand als alleenstaande en mocht het college de bijstand intrekken en de kosten terugvorderen, ook van appellant 2. De Raad verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.