ECLI:NL:CRVB:2020:3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde verkoop van zelfgebakken taarten
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verrichtte in de bestreden periode werkzaamheden door zelfgebakken taarten te verkopen via een Facebookbedrijfspagina. Na een anonieme melding startte de gemeente Rotterdam een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellante op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht zonder dit te melden.
Het college trok daarom het recht op bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante voerde aan dat haar activiteiten niet op geld waardeerbaar waren en dat zij haar werkcoach had geïnformeerd, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het vragen van een koopprijs en het regelmatig verkopen van taarten voldoende bewijs vormen voor op geld waardeerbare werkzaamheden. Het niet voldoen aan het Warenwetbesluit en bestemmingsplan doet hieraan niet af. Ook de melding aan de werkcoach in een eerdere bijstandsperiode was niet relevant voor de bestreden periode. De intrekking en terugvordering blijven daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet gemelde verkoop van zelfgebakken taarten.