ECLI:NL:CRVB:2020:3300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet aannemelijk verblijf op uitkeringsadres
In deze zaak gaat het om de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 9 november 2015 tot en met 7 maart 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Vaals heeft de bijstand ingetrokken omdat niet aannemelijk is dat appellant in deze periode op het uitkeringsadres woonachtig was.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat er gedurende de te beoordelen periode geen waterverbruik is geregistreerd, wat volgens vaste rechtspraak de vooronderstelling rechtvaardigt dat de woning niet bewoond is en appellant niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Appellant heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij ondanks dit extreem lage waterverbruik toch op het adres verbleef.
Hoewel appellant wijst op een hoger gasverbruik over een langere periode, is niet duidelijk wat het gasverbruik precies was tijdens de te beoordelen periode en biedt dit onvoldoende aanknopingspunten voor verblijf. Ook het lage elektriciteitsverbruik in de periode na 1 september 2016 ondersteunt het oordeel niet. De Raad bevestigt daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.