Uitspraak
17.3561 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.575,-;
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als orderpicker en meldde zich ziek met klachten aan nek, schouder en bovenste extremiteiten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd deze omgezet naar een loonaanvullingsuitkering. Op verzoek van de voormalige werkgever heeft het UWV een herbeoordeling uitgevoerd, waarna de uitkering per 2 oktober 2016 werd beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van 13,2%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en achtte het onderzoek van het UWV zorgvuldig, waarbij medische rapporten en een expertise van een orthopedisch chirurg werden meegewogen. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat, met name op het gebied van urenbeperking, persoonlijk functioneren en knieklachten.
De Raad concludeert dat het UWV de beperkingen adequaat heeft vastgesteld op basis van verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken, inclusief aanvullende rapporten na melding van toegenomen klachten. Knieklachten waren niet onderbouwd voor de datum in geschil. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt. Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk ondeugdelijk was gemotiveerd, is dit gebrek gepasseerd omdat appellante niet is benadeeld. De Raad bevestigt het bestreden besluit en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 2 oktober 2016 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.