ECLI:NL:CRVB:2020:3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging mate arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig UWV-onderzoek
Appellant, werkzaam als straler, meldde zich in 2012 ziek wegens hartklachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 52,93%, later verlaagd naar 45-55%. Na een herbeoordeling in 2017 verlaagde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 49,45%, hetgeen appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsartsen hadden de medische belastbaarheid overtuigend gemotiveerd en geen psychische beperkingen vastgesteld. De geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid van appellant niet.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over verminderde belastbaarheid door diverse klachten en psychische problematiek, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor urenbeperking volgens de Standaard Duurbelasting in Arbeid.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de mate van arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.